…. kun je goed of slecht doen, maar het belangrijkste is dat je überhaupt begint, hoewel het vermogen een goede start te maken op zichzelf ook een kunst is. Zoals wanneer je een nieuw muziekinstrument ter hand neemt, is het allereerst zaak de tijd te nemen om een simpele, heldere noot te spelen, gewoonlijk een noot van vergevingsgezindheid, een coulance die je jezelf gunt in dit stadium, het recht om nog helemaal niets te weten. Waar je ook aan begint, een goed begin vereist dat je alles wat verwarrend, storend of bemoeilijkend werkt uit de weg ruimt, zodat je de wonderschone, dikwijls verborgen contouren kunt zien van het essentiële en onvermijdelijke.
Alle begin is moeilijk, en onze indekkingsrituelen en de subtiele
manieren waarop we zaken uitstellen vormen steevast een nauwkeurige graadmeter van onze tegenzin voor dat eerste, dappere stapje dat ons de vreugde geeft daadwerkelijk te zijn begonnen.
Omdat een eerste stap altijd uitgaat van het lijf, een lijf dat we hebben
verwaarloosd, moeten we mogelijk om te beginnen ons lichaam weer in handen nemen, eerst weer op gelijke hoogte komen met onszelf en de persoon tot wie we zijn uitgegroeid sinds onze laatste poging iets nieuws op te vatten. Deze radicale belichaming brengt een al net zo radicale, inwendige vereenvoudiging teweeg, een waarbij grote delen van onszelf, delen die we jarenlang met succes hebben beziggehouden, delen die nog altijd het oude, ingewikkelde verhaal opdreunen, opeens zonder werk komen te zitten.
In zekere zin vindt er een vorm van inwendige bezuiniging en afvloeiing plaats, waarbij afscheid wordt genomen van de delen van onze identiteit die te bang zijn om deel te nemen of die nu niets meer te bieden hebben. Met al het trauma van verlies van dien, maar niet voordat er een allerlaatste strijd gestreden wordt door een achterblijvend ongeloof dat er behalve deze nieuwe, minder gecompliceerde persoonlijkheid en deze eenvoudige eerste stap, verder echt niets nodig is om de mogelijkheden in het vooruitzicht te verwezenlijken.
Het is altijd moeilijk te bevatten dat die dappere stap zo nabij is, dat die
dichter in de buurt is dan we ons ooit konden voorstellen; dat we eigenlijk allang weten wat die stap inhoudt, en dat hij eenvoudiger en baanbrekender mis dan we hadden gedacht: gewoon een kwestie van de pen of de houtbeitel ter hand nemen, gewoon het instrument of de telefoon oppakken. Daarom hadden we vaak liever dat het allemaal ingewikkelder lag, dat onze
identiteit veilig gehuld kon blijven in angst, dat de horizon voorlopig in de verte bleef, dat de belofte nooit helemaal en in klare taal werd uitgesproken, dat het essay langer was dan nodig en het antwoord veilig tot de onmogelijkheden bleef behoren.