DE FLUITSTER

Door: Mary Robinson (vertaling: Wisse Tanis)

Plotseling begon ze te fluiten. Met plotseling bedoel ik dat ze meer dan dertig jaar niet had gefloten. Het was opwindend. In eerste instantie vroeg ik me af, wie was daar in huis, welke vreemdeling? Ik was boven aan het lezen en zij was beneden. De geluiden klonken als van een wilde en vrolijke vogel, niet gevangen maar op bezoek, kwelend, glijdend, dubbel klinkend en stijgend en zwevend.

Uiteindelijk vroeg ik: Ben jij dat? Fluit jij dat? Ja, zei ze. Ooit floot ik, lang geleden. Nu zie ik dat ik nog steeds kan fluiten. En maat na maat wandelde ze door het huis, fluitend.

Ik ken haar zo goed, dacht ik. Elleboog en enkel. Gemoed en verlangen. Benauwd en schalks. En ook boosheid. En de toewijdingen. En ondanks dat alles, hebben we eigenlijk wel een begin gemaakt elkaar te kennen? Wie is dit met wie ik al dertig jaar samenleef?

Deze heldere, donkere, liefelijke fluitster?

Geef een reactie